Globaal gezegd is de Roomster een mix tussen een (inmiddels klassieke) Yaris Verso en semibestellers als de Kangoo of de Partner. Het resultaat is een eigenzinnig model. Knap van de Tsjechen is dat deze eigenzinnigheid niet leidt tot de behoefte een papieren zak ter camouflage te gaan gebruiken. Te vaak leidt eigenzinnigheid tot stijlbreuk en gekunstelde vormen.

De Roomster trapt niet in die valkuil, maar weet wel hipheid uit te stralen. Hip vanuit een achtergrond van no-nonsense en daardoor de bestaande klantenkring niet te veel schrik aanjagend. Skoda mikt op het publiek dat nu een Meriva of een Note omarmt, maar doet dat met een model dat meer gemeen heeft met de Opel Tour of de Ford Transit Connect. Het is die combinatie die niet alleen eigenzinnig is, maar bovendien potentieel biedt. Feit is dat Skoda momenteel een gamma aan het opbouwen is dat bestaat uit producten waar de concurrentie nog een stevige dobber aan krijgt. Sterker nog: VW is met het Roomster-idee verder gaan en heeft een brave variant bedacht: de Polo Plus. Het origineel kon wel eens te prefereren zijn…
Veel blik
Het merk heeft een naam hoog te houden als het gaat om prijs-kwaliteitverhouding en dus krijgt de consument een sleutel die toegang geeft tot relatief veel blik: 4,20 bij 1,68 bij 1,61 meter is fors in deze klasse. Dankzij een wielbasis van 2,62 meter staan de wielen relatief goed op de hoeken en dat doet weer goed werk voor de binnenruimte. De grotere spoorbreedte achter (1,5 meter ten opzichte van 1,44) helpt de ruimte achterin en de stabiliteit onderweg. Want vergis u niet, deze relatief hoge auto heeft een lager zwaartepunt dan het oog doet vermoeden. De achterpartij biedt tenslotte veel bergruimte: 450-1780 liter. Weliswaar met de basismotorisering (1,2 liter van 64 pk) kost dit dan net boven de zestien mille.Ons testexemplaar is voorzien van 86 pk uit een 1,4 liter en dat zou goed zijn voor een vanafprijs van een dikke zeventien mille. Let wel: door te opteren voor het meest omvangrijke uitrustingsniveau schiet die prijs ineens richting de 22.000. Volgens Skoda-importeur Pon Mobiel het model waarvan het meest verwacht wordt (in totaal moet 2007 goed zijn voor zo’n tweeduizend Roomsters). Eén van de aansprekende kenmerken van dit uitrustingsniveau zijn de projectiekoplampen met bochtverlichtingsfunctie. Niet zoals we gewend zijn in de koplampunit, maar door de mistlampen een dubbelfunctie te geven. Al bij het inschakelen van de richtingaanwijzer springt de mistlamp in de betreffende hoek aan. Ook bij stuuruitslag zonder knipperlicht werkt het doeltreffend. We kunnen ons wel voorstellen dat – zeker in het begin – mensen vanuit hun binnenspiegel denken dat veel Roomsters last hebben van defecte mistlampen…
Standaard
Of het nog niet genoeg is, heeft het testexemplaar de gebruikelijke extra aankleding gekregen. De optieprijzen vallen best mee: panoramadak (€910), radio/cd (€435), lichtmetalen wielen (€215) etc. Een verleidelijk totaalpakket? Er zitten wat merkwaardigheden in: zo is ESP bij alle modellen een optie ter waarde van 510 euro. Ons hoor je er niet over klagen, maar veel merken beschouwen het als een ‘verplichting’ het standaard te monteren. Welke consument heeft die vijfhonderd euro hier voor over? Nu kan er zelf beslist worden, terwijl bij andere merken je er maar voor hebt te betalen.Wie door de ‘glimmers’ heen kijkt, ziet een in de basis uiterst doordacht pakket. We openen de achterklep-in-garagedeurformaat en zien her en der oplossingen voor veelvoorkomende problemen. De gevarendriehoek heeft zijn eigen plek boven de wielkuip; nooit onder een dikke laag bagage dus. Het reservewiel ligt dat wel. De hoedenplank is niet van het kaliber rolgordijn, maar een ouderwets exemplaar dat zich op meerdere niveaus laat plaatsen. Middels een plastic scherm wordt een ruimte in de vorm van een halve cirkel afgeschermd om zo klein grut, of flessen op hun plek te houden. Wie verder kijkt, ziet drie separate stoelen die neerklapbare leuningen hebben, volledig kunnen worden opgeklapt, of kunnen worden uitgenomen. Neem het middelste exemplaar weg en de andere twee kunnen centraal geplaatst worden (bekend van conculega Modus). Tenslotte laten de achterstoelen zich langs de lengteas van de auto verschuiven. Meer dan een mpv waardig.
‘Weggemoffeld’
Toegang tot die plaatsen krijg je via twee reguliere achterportieren. Op het oog lijkt het misschien dat hier schuifdeuren of iets dergelijks zitten, maar niets is minder waar. De grepen zitten weggemoffeld in het zwart van de achterraampartij. Gevoelsmatig zitten ze net verkeerd om: als je ze bedient, is het net of je de deur voor iemand anders open doet, in plaats van voor jezelf. Meer een stylingdetail dan handig is ook het voorportier. Van buiten smoelt het, van binnen kijk je tegen een meer klassiek gelijnde zijruit aan, waartegen vervolgens speelsgevormd metaal zit: toch een dode hoek die opzij groter is dan nodig. Achter treedt het omgekeerde effect in werking: de lage uitsnede maakt dat ook kleine kinderen goed zicht naar buiten hebben. Veel glas opzij maakt verder dat de bestuurder een vrij overzichtelijke auto ter beschikking heeft. In de achterbumper zitten ter ondersteuning van het achteruitrijden sensoren. De werkplek van de bestuurder is bekend terrein voor mensen die de producten van de VW Groep kennen. Rechts zijn twee dashboardvakken te vinden, onder de stoelen zitten twee lades. De deurvakken zijn lekker van formaat (dat zie je tegenwoordig wel eens anders), tussen de voorstoelen is een armsteun met bergruimte aanwezig. Hieronder is middels een knop de bandenspanningscontrole te resetten. Handig en zeker nog niet gebruikelijk in deze klasse.Opschakelen
Het motorblok is er ook een bekend uit de VW Groep: een goede diesel klinkt vrijwel hetzelfde. Op de snelweg bij een gangetje van zo’n honderd kilometer per uur (in IV) wijst de toerenteller de drie aan en de decibelmeter schommelt rond een niveau van 68 dB(A). Trek door naar de maximumsnelheid op ’s Heeren weegen en de toerennaald wijst 3,6 aan. Inmiddels luisteren we naar zeventig decibel. Opschakelen om spaarzamer te rijden is er niet bij… Terugschakelen wel, want met inhalend vrachtverkeer moet het blok toch wel aan de bak om weer terug op het oude snelheidsniveau te komen. Het 1.4-tje haalt weliswaar het piekvermogen pas bovenin (bij 5000 min-1) en het koppel piekt bij 3800 min-1 (132 Nm), maar vanaf tweeduizend toeren geeft het blok wel degelijk thuis. Nul tot honderd vraagt dertien tellen en de pret is op bij zo’n 170 kilometer per uur. Waarden die prima passen bij het karakter van de auto en waar de doelgroep zich bediend mee weet.
Let wel: de auto weegt zo’n 1150 kilo en we zouden als het even kan de 1.2 Roomster laten staan ten gunste van de zwaardere versies. Het is een auto die (in deze combinatie) voor veel mensen uitstekend voldoet in de dagelijkse omgang. Eén à twee vakanties in een jaar en verder de nodige kilometers van en naar het werk, de kinderopvang, de familie, de sportclub. En dat is puur te danken aan de motorcombinatie. Geef de Roomster net een wat zwaardere motorisering en de lange afstanden worden comfortabeler. Aan de zetels ligt het mindere comfort niet, aan het probleemloze weggedrag evenmin. Wie zich laat verleiden tot enthousiaster bochtenwerk komt tot de conclusie dat de Roomster zich uitstekend weet te handhaven. Pas bij hogere snelheden treedt er enige nerveusheid in de stuurkarakteristiek, met name in de rechtuitstand. Nee, het is puur de noeste arbeid van de 1.4 die lange afstanden minder aantrekkelijk maken. Geef de Roomster een eerlijke kans: weeg luxe en motorisering goed tegen elkaar af!
- American Glass Company
- Behr
- Bridgestone Turanza 205/45R16
- Hella
- TRW
- Valeo


Europees Parlement is voor een nieuwe testprocedure om de... - 24 april
Onze nieuwe uitgeverij MobilityMedia hield afgelopen donderdag... - 23 april